Database


Familie - Karperachtigen (Cyprinidae)


Als we ons tot de zoetwatervissen beperken is de familie Cyprinidae het rijkst aan leden; Het is zelfs de grootste familie van alle gewervelden met uitzondering van de Gobiidae, die zowel in zee als in zoetwater voorkomen. Volgens sommige deskundigen is de familie in zijn huidige vorm zelfs te groot en moet hij eigenlijk worden op gespiltst.

*Cyprinidae (Circa 700 soorten),
Deze vissen hebben meestal ( maar niet altijd) 1 of 2 paar baarddraden bij de bek. De drie Carassius-soorten bijvoorbeeld, waaronder ook de goudvis hebben geen baarddraden. De karper en ook de koi hebben ze wel, evenals de barbelen en hun verwanten, de franjelipbarbelen, en nog vele andere.

*Gobioinae
(Waaronder onze eigen Riviergrondel.)

*Rasborinae,
Waar toe veel populaire aquariumvissen behoren, met name de Rasboraís en de Danioís.

*Acheilognathidae,
Een groep die de opmerkelijke bittervoorns omvat.

*Leuciscinae,
Een onderfamilie die door onderzoekers weer op verschillende wordt onderverdeeld; Bekende soorten daaruit zijn de Elritsen, diverse voorns en ook de Zeelt.

*Cultrinae,
Met diverse Aziatische geslachten zoals Parabramis.

*Alburninae,
Waaronder onze Alver en verwanten.

*Psilorhynschinae,
Een onderfamilie met slechts 2 genera uit Nepal, India en delen van Birma.

De hele familie telt ongeveer 2010 soorten, verdeeld over 210-220 genera, en komt voor in EuraziŽ, Afrika en Noord Amerika. Het zal duidelijk zijn dat een groep met zoveel soorten en een groot areaal als de Cyprinidae ook een enorm rijkdom aan vormen oplevert, van piepklein tot reusachtig. En met zeer uitlopende gedragswijzen.

Er zijn echte monsters onder, zoals de Reuzenbarbeel uit Thialand en de Mahseer uit de Brahmaputra in oost India, die allebei meer dan 2,5 meter lang kunnen worden. Anderzijds zijn er ook dwergjes als Danionella Translucida, waarvan het grootste bekende exemplaar 12 mm meet. Het is dus niet zo vreemd dat er nog veel discussie is van de afgrenzing en de indeling van de familie; dat is een ingewikkelde zaak en zal nog zeker wel wat jaartjes duren voor een definitieve oplossing in zicht komt. Het is zelfs al lastig een paar kenmerken te noemen die door alle leden van deze familie worden gedeeld en waarin ze verschillen van andere visgroepen. Cyprinidae Hebben een uitstulpbare bek en kaken zonder tanden; daar in tegen hebben ze wel tanden op de kieuwbogen (keeltanden). Ook aan de schedelbeenderen en de daaraan gehechte spieren kan men enkele bijzondere aanpassingen waarnemen. Veel soorten hebben baarddraden, maar lang niet allemaal. Verder is hun kop onbeschubd en missen ze een vetvin.

Het probleem met al deze kenmerken is dat ze geen van alle uniek zijn voor de familie Cyprinidae. In elk geval komen ze ieder voor zich ook bij andere families uit de grote Cypriniformes voor, en deels zelfs in nog andere visgroepen. Scherpen grenzen zijn dus nauwelijks te trekken maar des ondanks bestaat er wel een algemene consensus over wat men wel tot de echte karperachtigen kan worden gerekend en wat niet.