Database


Familie - Stekelalen (Mastacembelidae)


Met alen zijn deze vissen helemaal niet verwant, maar ze hebben wel een slank, aalvormig lichaam. Echte alen zijn rond, de meeste stekelalen zijdelings samengedrukt, soort ovaal vorm. Ze komen vooral in IndonesiŽ voor, maar er zijn ook soorten bekend uit het Midden-Oosten, India en Afrika. De grotere soorten worden vaak opgevist voor consumptie, vooral in Oost-AziŽ. De vissen komen aan hun naam omdat ze voor de lange rugvin, een rij korte, scherpe stekels hebben staan..

Stekelalen leven bij voorkeur in rietkragen, in de lagere, modderige waterlagen. Ze kunnen zowel voor- als achteruitzwemmen net zo handig. Ze eten in hoofdzaak ongewervelde waterdiertjes, maar grotere exemplaren versmaden ook een visje niet. Sommige grotere soorten zoals Mastacembelus erythrotaenia kunnen extreem agressief worden en zelfs hun baas aanvallen als die in de bak schoonmaakwerkjes verricht. Echter, aan de kleinere soorten kan men in het aquarium veel plezier beleven, ook al zal men ze niet altijd gemakkelijk te zien krijgen, want het zijn erg schuwe vissen..

Aquarium:
Een bak met zandige bodem en met bossen van rietachtige planten zoals Vallisneria. Tanganyika-stekelalen hebben rotspartijen nodig, en dezelfde waterwaarden als de Tanganyika-cichliden. De bak moet minimaal 90x40x40 zijn en je moet zorgen voor een goed dekkruit.

Voedsel:
volwassen dieren eten visjes, de jongen prefereren klein levend voer zoals tubifex en rode muggenlarven. De meeste soorten nemen ook droogvoer aan.

Gezondheid:
wonden op het lichaam komen veel voor; de jongen graven in het grind, oudere dieren halen zich vaak de huid open aan scherpe voorwerpen. De genezing gaat vlot, zonder littekens achter te laten, maar pas op voor schimmelinfecties. Te lage temperaturen zijn de belangrijkste oorzak van ziekte.