Siamese Kempvis (Betta splendens)


Dit artikel gaat over Betta splendens, afgekort Betta. Er is nog een andere bijnaam voor deze mooie vis: de Siamese Kempvis. Ze worden zo genoemd omdat vooral de mannetjes het niet met elkaar kunnen vinden. Er is een grote familie van de Betta, er bestaat nog vele andere soorten. Ze behoren tot de labyrintvissen. Ze hebben geen echte kieuwen maar een labyrintorgaan. Hiermee zijn ze in staat om in zeer zuurstof arme wateren lucht te kunnen happen en zo te overleven. Ze komen oorspronkelijk uit Azië, waar ze in ondiepe plassen leven.

Over het algemeen zijn deze vissen goed in een gezelschapsbak te houden. Natuurlijk kunnen ze ook in een biotoopbak gehouden worden met andere vissen uit die omgeving. Er zijn vrij grote verschillen tussen mannen en vrouwen. Mannen worden tot 7 cm en hebben grote gekleurde vinnen. Vrouwtjes blijven daarentegen kleiner en hebben minder grote vinnen. De geslachten zijn na ongeveer 3 maanden te onderscheiden. Mannen hebben langere vinnen en zullen naar elkaar gaan showen met de vinnen en kieuwen.


Qua waterwaarden stellen deze vissen geen hoge eisen. Wel moet erop gelet worden dat de lucht boven het water gelijk staat aan de watertemperatuur, is dit niet zo dan kan de vis ziek worden en zelfs dood gaan. Bij een grotere bak is het verstandig om meerdere vrouwtjes op een mannetje te zetten. Doe je maar 1 vrouwtje bij een mannetje dan jaagt het mannetje het vrouwtje de hele tijd achterna, dit bezorgt het vrouwtje stress. Het is aan te raden om Betta’s niet met vinnenbijters zoals Sumatranen te houden. Die zullen de vis ‘kaalvreten’. De vissen eten heel veel. Een gevarieerd menu is belangrijk: vlokvoer, maar ook levend en diepvriesvoer.


De kweek van deze vissen is niet moeilijk. Voor de kweek is een kweekbak aan te raden. Het is aan te raden om gewoon een kale bak te houden met weinig, het liefst geen stroming en wat drijfplanten of piepschuim. Je neemt een goed koppel dat je de dagen daarvoor goed met levend of diepvriesvoer gevoerd hebt. Je doet ze in een kweekbak, die niet zo heel groot hoeft te zijn. Een bak van 20-30 liter is al wel voldoende. Je houd de vissen gescheiden. Je voert de temperatuur geleidelijk op tot 29-30 graden. Ondertussen verlaag je de waterstand tot 10-15 cm. Nu zal het mannetje gaan showen naar het vrouwtje met zijn vinnen en kieuwen. Je kan goed zien aan het vrouwtje of ze bereid is om te paren. Ze zal dwarsstrepen vertonen als ze wil paren. Dit is bij lichte soorten zoals combodian niet of bijna niet te zien. Weet je zeker dat ze geen dwarsstrepen vertoont, dan kan je beter een ander vrouwtje voor de kweek gebruiken. Het mannetje zal het vrouwtje omstrengelen onder het schuimnest. De eerste keer komen er geen eitjes uit. Na een paar keer zullen er bij elke omstrengeling zo’n 10 eitjes gelost worden. Die vangt het mannetje op en stopt ze in het schuimnest. De paring is afgelopen als het mannetje het vrouwtje wegjaagt. Vang het vrouwtje weg anders wordt zij de dood in gejaagd. Het mannetje zorgt voor de eitjes die na 36 uur uitkomen. Als de jongen vrij rondzwemmen moet je ook het mannetje wegvangen anders zal hij de jongen opeten.







Geschreven door Jeroen. Foto's zijn ook van Jeroen.
Je kunt op ons forum reageren op dit artikel.