Voortplanting van Echinodorusplanten (Echinodorus)


Bijna in elk aquarium komt wel een vertegenwoordiger voor van het plantengeslacht Echinodorus en vooral in bakken met een Zuid-Amerika biotoop mag deze plant eigenlijk niet ontbreken. Tientallen planten uit deze familie, die overigens afkomstig zijn uit Midden- en Zuid-Amerika, zijn geschikt om in aquaria te houden. Bovendien zijn er de laatste jaren mooie kruisingen en kweekvormen van de Echinodorus op de markt gebracht. Voorbeelden zijn E. ozelot en E. dschungelstar, beide in vele varianten. De naamgeving van de Echinodorus ondersoorten zal de komende jaren nog worden aangepast door voortschrijdende inzichten in de onderlinge verwantschap.

De echinodorusplant

De grote Echinodorussoorten hebben genoeg aan een normale verlichting, maar hoe kleiner de plant, des te meer behoefte aan licht! De Echinodorus kan jaren leven in het aquarium en heeft dan ook baat bij een goede voedingsbodem, eventueel verrijkt met wat kalkvrije klei en turf. De plant is gebaat bij een periodieke ijzerbemesting. Als de bladeren geel worden is er sprake van een ijzertekort. Vooral de robuuste soorten maken een groot wortelstelsel, dat ook diep de grond in gaat. Het wortelnetwerk van oudere planten kan een diameter hebben van 20 cm of meer. Soms ontstaat vanuit het wortelstelsel een nieuwe plant, die door scheuren kan worden gedeeld en verplant. Het is wel goed in dat geval beide planten even uit de grond te halen. Bij het herplanten moeten van beide planten de wortels worden ingekort tot ca. 2 cm. Probeer wortelresten zoveel mogelijk uit de bodem te verwijderen, omdat ze anders gaan rotten. Sommige mensen proberen de groei van de wortels aan banden te leggen door de plant in een bloempotje te zetten. Wanneer men wil voorkomen dat de Amazone zwaardplant te groot wordt, snijdt men soms de wortels rondom de plant met een scherp mesje door, of men trekt de plant wat omhoog, zodat een deel van de wortels breekt. Natuurlijk is het altijd beter om vooraf te onderzoeken of een volgroeide plant wel in het aquarium past…


De voortplanting

De kleinste vertegenwoordiger van de soort, E. tenellus, vermeerdert zich vooral door uitlopers. Toch zorgt deze plant in zijn natuurlijke moerassige leefomgeving voor velden witte bloemetjes. Alle echinodorus soorten maken kransen met witte bloemen aan stevige bloeistengels, die doorgaans boven water uitkomen. In het aquarium zitten er vaak maar 1-3 bloemen aan een bloeistengel. De bloeistengels worden behoorlijk lang (bij E. macrophyllus tot 2 m., bij de kleinere kweekvorm E. ozelot ca. 40 cm). Wanneer de bloeistengel niet boven water uitkomt, wordt de bloei meestal overgeslagen en maakt de plant direct jonge plantjes aan ter plaatse van de knoppen. Dit verschijnsel, waarbij bevruchting niet noodzakelijk is voor de vorming van nieuwe planten, noemt men pseudo-viviparie. Om de plant niet te zeer uit te putten is het aan te bevelen om per jaar slechts één of twee bloeistengels uit te laten komen. De bloeistengel mag in een pril stadium met een scherpe schaar zo dicht mogelijk bij de grond afgeknipt worden. Na het verwijderen van zo´n jonge bloeistengel gaat de plant volop nieuwe bladeren aanmaken.


De kleine plantjes moeten zich onder water aan de stengel ontwikkelen. Als de bloeistengel niet uit zichzelf onder water blijft, moet deze met een nylondraad worden vastgezet, bijvoorbeeld aan een steen. E. cordordifolius, E. horizontalis, E. maior en E. osiris ontwikkelen tamelijk stevige jonge planten. Men kan ze van de stengel nemen als ze 8-10 kleine blaadjes en wortels hebben.


Bij de andere ondersoorten, waaronder in ieder geval E. amazonicus, E. bleheri, E. parviflorus en E. horemanii én de kweekvormen is de procedure wat ingewikkelder en langduriger. De stengel met de ongeveer 5 cm grote spruiten wordt op een vrije plaats op de bodem van het aquarium gedrukt en daar met kleine steentjes of plantenklemmen vastgezet. De jonge plantjes krijgen nog voeding via de stengel terwijl ze wortelen in de bodemgrond. Als de jonge planten ongeveer 10 halfhoge bladeren hebben dan wordt de verbindingsstengel afgesneden. Hierna blijven de jonge planten nog 2 maanden op dezelfde plaats staan. Nu staan ze echt ‘op eigen benen’ en kunnen ze worden verpoot naar hun definitieve standplaats.





Geschreven door Anne-Marie.
Je kunt op ons forum reageren op dit artikel.