Kweek van de maanvis (Pterophyllum scalare)


Voor we beginnen over de kweek van deze vissen te spreken zal ik eerst een klein woordje uitleg over de soort zelf geven. Pterophyllum scalare ofwel de maanvis komt voor in Zuid-Amerika en heeft een zeer groot verspreidingsgebied. Ze kunnen tot 15 cm lang en 25 cm hoog worden, doch in gevangenschap blijven ze meestal kleiner. Door de hoge bouw van de vissen kan men ze het beste in een hoog aquarium houden waarbij 60 cm hoogte toch als een minimum beschouwd moet worden, ook de lengte van de bak mag niet te kort zijn. Daar deze vissen toch voldoende ruimte verlangen is 1 meter toch een minimum richtwaarde. Ze worden in groepjes gehouden met het liefste tenminste 4 exemplaren en beter 6 tot 15 stuks. Het zijn dieren die zich op een statige manier door de bak bewegen, ook ‘staan’ ze graag tussen rechtopstaande stukken kienhout of hoogopstaande planten zoals Vallisneria soorten. Daarom mag dit zeker ook niet ontbreken in het aquarium. Teveel stroming in het water wordt niet op prijs gesteld evenals al te drukke medebewoners: de scalare is zeer op zijn rust gesteld. Wat de waterwaarden betreft zijn ze niet zo heel moeilijk, al wordt zacht en zuur water op prijs gesteld. Wel moet het water zuiver zijn. Ze zijn redelijk warmtebehoeftig (24°C – 30°C) en eten alles wat men ze voorschotelt. In het wild komen ze voor in groepen van 10 – 20 stuks, ook wel samen met andere cichliden zoals Heros severum, Cichlasoma festivum en Symphysodon species. Al in 1911 werden de eerste levende exemplaren in Europa ingevoerd, en sindsdien zijn ze niet meer uit onze aquaria weg te denken. In die beginjaren betaalden liefhebbers hoge bedragen om deze prachtige dieren in hun aquaria te kunnen houden. Toen lukte het echter nog niet om deze dieren op grote schaal na te kweken. Daar is tegenwoordig echter wel verandering in gekomen en ondertussen zijn er al vele kweekvariëteiten ontwikkeld. Zo zijn we bij het eigenlijke doel van dit artikel aanbeland, namelijk het nakweken van de scalare.

De kweek

   
Klik voor een grote foto
Als men scalaren in een groepje houdt zullen er zich na verloop van tijd vanzelf koppeltjes vormen. Dit is de beste methode, omdat men dan zeker goede koppels heeft. Men kan ook een man en een vrouw bij elkaar zetten, deze zullen ook wel kweken maar de broedzorg zal minder goed zijn. Ik durf bijna te zeggen dat de kweek met zo een uit zichzelf gevormd koppel even makkelijk is als de kweek van guppies. Als men nu een goed koppel heeft kan men twee dingen doen; ze gewoon in de bak laten zitten of ze overbrengen naar een kweekbak. Vaak wordt de paartijd ingeluid door een waterverversing, waarschijnlijk omdat het water dan een beetje in temperatuur verlaagd wordt. In de natuur kweken scalaren ook als de watertemperatuur begint te zakken, omdat dit een teken is dat de regentijden aangebroken zijn, waardoor de riviertjes buiten hun oevers treden en er meer voedsel voorhanden is voor het jongbroed. Het feit dat de dieren aan voortplanten denken kan men zien aan het feit dat het paar op de gekende cichliden manier de aflegplaats begint te kuisen. De aflegplaats is vaak een verticaal opstaand plantenblad, zoals dat van de Amazonezwaardplant. Of, zoals vaak bij mij, gewoon een zijruit van het aquarium. Na een dag of enkele dagen zien we het vrouwtje (te herkennen aan de langere stompe genitale papil) reeds eieren deponeren die meteen zorgvuldig door het mannetje (korte spitse genitale papil) bevrucht worden.



   
Klik voor een grote foto
Als de eitjes allemaal afgezet en bevrucht zijn beginnen beide ouders ze van vers zuurstofrijk water te voorzien door ze met de borstvinnen te bewaaieren. Vaak zijn scalaren echter slechte broedverzorgers die we vaak enkele uren na het afzetten hun eigen legsel zien consumeren. Als men weet dat de ouders de jongen goed verzorgen kan men de eitjes en de jongen best bij de ouders laten (vergeet niet ’s nachts een lampje te laten branden in de kamer). Doen ze dit echter niet goed, dan is er nog geen reden tot paniek. We kunnen het namelijk ook zonder ouders redden. De eitjes worden in een apart aquarium ondergebracht waarvan het water behandeld is met methyleenblauw tot het een licht blauwe kleur heeft (dit om het schimmelen der eieren tegen te gaan). En de eitjes worden boven een uitstromer gelegd, dit vervangt het bewaaieren. Als de eitjes op een blad zijn afgezet is het makkelijk om het legsel over te brengen met blad en al. Zijn ze echter op het glas afgezet, dan kan men ze ervan verwijderen met een zacht penseel en ze opvangen in een bokaal of iets dergelijks.



   
Klik voor een grote foto
Na ongeveer 48 uur komen de jongen uit. Ze blijven aan het blad hangen door een een klevend draadje op hun kop of vallen gewoon naar beneden. Als de ouders er nog bij zijn worden de gevallen jongen terug tegen het blad gekleefd door ma of pa. Zonder ouders is nu het ogenblik aangebroken om het methyleen stilaan uit het water te filteren. Na een vijftal dagen bent u dan de gelukkige bezitter van een kroost rondzwemmende maanvis jongen. Tegen die tijd moet het water terug methyleen vrij zijn. De jongen kan men grootbrengen met pas uitgekomen artemia en later watervlooien, tubifex en dergelijke. Ook kan men speciaal stofvoer geven of fijngewreven vlokken of korrels, maar hiervoor dienen de jongen al wat groter te zijn. Als de jongen in goede gezondheid verkeren groeien ze snel. De gezondheid van de jongen wordt bevorderd door water van een goede kwaliteit (het moet zeer zuiver zijn), voldoende levend voedsel en genoeg plaats in het aquarium. Als aan deze eisen voldaan wordt zal het verder grootbrengen geen problemen opleveren.








Geschreven door Tom. Foto's zijn van Franc.
Je kunt op ons forum reageren op dit artikel.