Pterophyllum scalare - De maanvis (Pterophyllum scalare (Lichtenstein, 1823))


De maanvis is één van de vissen die graag wordt gezien in aquaria. Het zijn vissen die goed opvallen in een aquarium. De maanvis wordt zo’n 15 cm groot, en dan ook nog de hoogte in. Deze vis mag je absoluut niet in een klein aquarium houden. Ze moeten in een hoog aquarium gehuisvest worden, het liefst moeten ze in een 50 cm hoog aquarium gehouden worden. De maanvis komt voor in Zuid-Amerika, in de Amazone. Ze zwemmen vaak samen met de Mesonauta festiva, ook wel vlagcichlide genoemd. De maanvis werd in 1909 voor het eerst geïmporteerd in Europa. De meeste vissen die je nu kan kopen in de winkel zijn nakweek dieren. Vaak vertonen deze degeneratieverschijnselen, zoals dwergvormen, bleke kleuren, gebrek aan broedzorg, etc.

Aquarium

Maanvissen hebben goed beplante aquaria nodig. Bij voorkeur met een randbeplanting van sterke planten, zoals Vallisneria en Saggitaria. Zorg ook voor een paar grote zwaardplanten. Hier zetten ze graag eitjes op af! De inrichting moet verder veel vrije zwemruimte en wortelhout of stenen hebben. Je moet maanvissen ook in kleine scholen houden, zo’n 5 exemplaren is aan te bevelen. Zorg dat in de bak niet te sterke stroming staat. De medebewoners voor maanvissen moeten rustige vissen zijn en mogen geen vinnenbijters zijn. Als je een school neontetra’s of kardinaaltetra’s bij maanvissen zet, kan je er wat gaan missen. Dit komt omdat maanvissen wel eens wat aan de neons / kardinaaltjes willen snoepen. Het aquarium zelf moet een minimum lengte van 100 cm hebben en minimaal 50 cm hoog zijn (puur waterstand). De temperatuur moet tussen de 24 en 28 graden liggen.


Geslachtsonderscheid

De mannen en de vrouwen zijn moeilijk te herkennen. Buiten de paartijd om zien ze er over het algemeen hetzelfde uit. Ze beweren wel eens dat de mannen wat dieper gekleurd zijn, maar dat is niet met zekerheid te zeggen. In de paartijd kan je wel zien wat een man en wat een vrouw is. Dit kan je zien aan de afzetpupil van het vrouwtje. De afzetpupil is ook wel de legbuis waar de eitjes uitkomen.


Kweek

Voor de kweek met maanvissen moet je een goed koppel hebben. De vissen zoeken het vaak zelf uit, wat wel en niet past. Als je een goed koppel uiteindelijk in de bak hebt, zetten ze hun eitjes af op grote bladeren (ook wel op leisteen ) of als die ontbreken ook wel eens op het glas. Beter kan je in je kweekbak een grote plant met grote bladeren planten. Veel zwaardplanten komen daarvoor in aanmerking. Laat daarna de temperratuur oplopen tot 27-28 graden. Wanneer de ouders eitjes gaan afzetten wordt de afzetplaats netjes gepoetst, daarna zullen ze daarop eitjes afzetten. De ouders hebben broedzorg en zorgen dan ook voor de eitjes. Ze halen wel af en toe de beschimmelde eitjes er tussen uit. De ouders zullen de eitjes met vers water voorzien doordat ze met hun vinnen vers water langs de eitjes laten stromen. Wanneer de eitjes zijn uitgekomen en de larfjes de dooierzak hebben opgegeten kan je ze bijvoeren met artemia-naupliën en wanneer ze wat groter zijn kan je ze voeren met watervlooien en cyclops. Je kunt de jongen meerdere keren op een dag voeren zodat ze zeker niks te kort krijgen, ook moet je af en toe het water verversen. Als het de eerste keer niet wil lukken, geef het dan niet op. Veel jonge paartjes moeten nog wat oefenen met het ouderschap.


Voedsel

Maanvissen lusten erg veel en moeten dan ook afwisselend gevoerd worden. Zo houd je ook je vissen fit. Ze lusten muggenlarven, cyclops, artemia, watervlooien etc. Zorg wel dat het voer niet blijft drijven, en overvoer maanvissen niet. Ze eten erg graag muggenlarven en soms wat te veel, dit kan je beter verkomen.




Voor meer vragen over de maanvis kunt u terecht op het forum.

Je kunt op ons forum reageren op dit artikel.